Kleuteronderwijs begint bij het kind

De kleuterfase is een bijzondere en kwetsbare periode in de ontwikkeling van een kind. Jonge kinderen kijken nog op een heel eigen manier naar de wereld. Hun denken is sterk verbonden met wat zij zien, voelen, beleven en zelf mogen ontdekken.

Daarom kunnen kleuters nog niet benaderd worden als schoolkinderen. Hun ontwikkeling is volop in opbouw. Het jonge kind leert niet door grote hoeveelheden kennis op te slaan of lange tijd stil en abstract bezig te zijn, maar vooral door spel, beweging, herhaling en betekenisvolle ervaringen.

Wanneer verwachtingen te hoog worden of ontwikkeling te veel versneld wordt, bestaat het risico dat we voorbijgaan aan wat een kleuter op dat moment werkelijk nodig heeft. In deze fase gaat het niet om presteren of afgerekend worden op kennis, maar om het leggen van een stevige basis voor later leren.

Juist in de kleuterperiode ontwikkelen kinderen stap voor stap vaardigheden die nodig zijn om later tot bewust leren te komen. Dat vraagt tijd, veiligheid, vertrouwen en ruimte om te ontdekken.

Een kleuter voorbereiden op het schoolse leren betekent daarom niet dat een kind zo snel mogelijk een schoolkind moet worden. Het betekent dat we kinderen ondersteunen in hun ontwikkeling, zodat zij op hun eigen tempo kunnen groeien naar de volgende fase in hun leven  stevig, nieuwsgierig en met vertrouwen in zichzelf. 

Daarom is het zo belangrijk om binnen het kleuteronderwijs steeds opnieuw de juiste balans te zoeken: tussen begeleiden en ruimte geven, tussen stimuleren en volgen, en tussen spelend-leren en gewoon kind mogen zin.

Balans