Zijn kleuters anders dan veertig jaar geleden?
Die vraag wordt mij weleens gesteld. Mijn eerste gedachte is dan: misschien moeten we de vraag omdraaien. Is de kleuter veranderd, of is vooral de wereld waarin het kind opgroeit veranderd?
Een kleuter van nu heeft in de basis nog altijd dezelfde ontwikkelingsbehoeften als een kleuter van veertig jaar geleden. Een jong kind wil bewegen, spelen, ontdekken, herhalen, fantaseren en zich verwonderen. Het heeft behoefte aan veiligheid, verbondenheid en volwassenen die het zien en begrijpen. En de ontwikkeling verloopt niet ineens sneller omdat de wereld eromheen sneller is geworden.
Wat wél sterk veranderd is, zijn de omstandigheden waarin kinderen opgroeien. De hoeveelheid prikkels is groter, beeldschermen zijn onderdeel geworden van het dagelijks leven en kinderen brengen hun tijd anders door. Ook in het onderwijs is er veel veranderd. We zijn de ontwikkeling van kinderen nauwkeuriger gaan volgen, beschrijven en meten. Doelen zijn explicieter geworden en verwachtingen worden soms eerder aan kinderen gesteld.
Daardoor kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat de kleuter zelf veranderd is. Maar misschien zien we vooral de gevolgen van een veranderde omgeving.
Dat betekent niet dat we terug moeten naar het onderwijs van veertig jaar geleden. Onze kennis over kinderen, ontwikkeling en leren is immers ook gegroeid. Het betekent voor mij wel dat we zorgvuldig moeten blijven onderscheiden wat de tijd waarin kinderen opgroeien van hen vraagt en wat de ontwikkeling van jonge kinderen nodig heeft.
Een kind dat opgroeit in 2027 leeft in een andere wereld dan een kind dat opgroeide in 1987. Maar een jong kind heeft nog steeds tijd nodig om zich te ontwikkelen. Het heeft concrete ervaringen nodig voordat abstracties betekenis krijgen. Motoriek ontwikkelt zich door bewegen. Taal groeit in relatie en betekenisvolle situaties. Zelfvertrouwen ontstaat door ervaringen van kunnen en verbondenheid. En spel blijft een natuurlijke manier om de wereld te onderzoeken en te begrijpen.
Misschien is daarom niet de belangrijkste vraag of kleuters veranderd zijn. De belangrijkere vraag is of de wereld die wij voor kleuters hebben gemaakt nog voldoende aansluit bij wat een kleuter nodig heeft om zich te ontwikkelen.